 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Blümlisalphütte 2.834 m (CH)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Blümlisalphütte ligt op de Hohtürli, de scheiding tussen Kiental en Kandertal, op een hoogte van 2.834 meter. Deze route vertrekt vanuit Kandersteg waardoor we een hoogteverschil van 1.649 meter en een afstand van ruim 10 kilometer moeten overbruggen. Gezien dit in de bergen soms kan tegenvallen is vroeg vertrekken de boodschap, zeker voor wie dezelfde dag nog terug wenst te gaan. Om 8 uur
's ochtends vertrekken we met het zetelliftje naar Läger. Daarmee besparen we de eerste 500 meter klimmen. Aan het eindstation smeren we ons nog eens goed in met zonnebrandolie, want elke plek die niet, of niet goed, is ingesmeerd staat aan de hut gegarandeerd vol met vochtige blazen. De weg is goed bewegwijzerd en we volgen de richting Blümlisalphütte. Officieel wordt 5 uur aangegeven, maar wij hebben er, inclusief een aantal rustpauzes, zes en een half uur over gedaan. Na ongeveer een achthonderd meter komt men aan een splitsing waar je kan kiezen uit twee routes, de bovenste via Heuberg en de onderste, die via Oeschinensee en Underbärgli loopt. Ik adviseer de bovenste weg te nemen omdat je dan sneller in de zon loopt en wondermooie panorama's krijgt over het meer en de omliggende bergtoppen. We nemen de onderste route op onze terugweg.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In het begin heb je een steile klim te overbruggen, maar eenmaal deze hindernis genomen gaat het (vanaf Heudeberg) heel wat zachter omhoog. Veelal wordt de onderste route genomen waardoor dit bovenste pad veel rustiger is, de kans dat je gemzen tegenkomt is daardoor ook groter. In dit gedeelte van de Alpen kan je nog genieten van een weelderige plantengroei. Met de verrekijker kan je aan de overzijde de Fründenhutte bemerken, maar tevergeefs zoeken we naar de weg die er naar leidt. De steile rotsen aan de overzijde laten een moeilijke en gevaarlijke beklimming vermoeden, maar later zal blijken dat dit helemaal niet het geval is.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Doldenhorn boven Oeschinensee
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aan Oberbärgli komen de onderste en bovenste route weer samen, gevolgd door een steile klim naar de bovenkant van de morene van de Blümlisalpgletscher. De ganse tocht heb je prachtige zichten op de witte toppen van de Doldenhorn, Fründenhorn, Oeschinenhorn, Blümlisalphorn, Wyssi Frau, Morgenhorn en Wildi Frau.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tegen de tijd dat je hier bent, ben je al ver uitgeput en dan zie je in de verte, mensen als mieren de laatste steile klim trotseren. De hut zag je reeds van ver staan, maar ze lijkt niet dichter te komen en het zweet parelt over je gezicht in de brandende zon. Voorwaar geen gemakkelijke wandeling, maar het doel is in zicht en dat geeft moed. Mensen met hoogtevrees (zoals ik) appreciëren ten zeerste dat iets lager dan de morenegraat, parallel, een pad beschikbaar is. Iets minder spectaculair maar een pak veiliger. Tegen dat je tong op je knieën hangt kom je op de Hohtürli aan, 6O vermoeiende meters hoger staat de hut. Je hebt er een wondermooi uitzicht over de omliggende bergtoppen en
gletsjers. In de verte bemerk je zelfs het glinsterende dak van het eindstation van de Schilthorn.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Blümlisalpgletscher met Ufem Stock
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Een overnachting is hier aan te bevelen, vooral als je s'ochtends vroeg uit de veren kan en de zon, in alle rust, over de met nevels gevulde valleien wilt zien opkomen. Je wordt er zowaar stil van. Als je terug naar beneden gaat, neem dan de onderste weg die langs Oeschinensee gaat, wellicht een van de meest gefotografeerde bergmeren van Zwitserland.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Oeschinensee met Blümlisalphorn
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Van links naar rechts: Wyssi Frau, voorgrond: Ufem Stock met daarachter Blümlisalphorn en rechts: Blümlisalp-Rothorn
|
|
|
|
|
|
|
|
|