Routebeschrijving

Gspaltenhornhütte   2.455 m (CH)

Ik weet niet of jij dat hebt maar soms kan je in de bergen valleien ontdekken die jou een speciaal gevoel geven. Zo van:  "Wauw, dit is mooi." Zo mooi dat je er stil van wordt. Zo mooi dat de impressies jou niet meer loslaten en jou de rest van je leven bijblijven. Dergelijke valleien kom je in je leven zelden tegen. Ik kan ze  zelfs nog op één hand tellen: het Turtmanntal in Wallis, Val Roseg in Graubunden, de vallei van de Motélon in Fribourg en ook dit Kiental in Berner Oberland.

Kiental: een juweeltje voor de echte natuurliefhebber.

Je bereikt het als je nabij de Thunersee de afrit Frutigen (Kandersteg) neemt en in Reichenbach links afslaat naar Kiental. Voor onze tocht opteerden we om even verder te rijden naar het kleine gehucht: Griesalp (1.407m) waar we overnachten in Berghaus Griesalp. Pure nostalgie, krakende houten kamervloeren, rood met witte vierkanten gordijntjes voor de ramen, badkamer op de gang, kortom: primitief maar uiterst charmant. Althans zo was het in 1991.

Op een mistige ochtend vertrekken we vanuit Griesalp. Een dik wolkendek verbergt de omliggende toppen als de Schwarzhorn (2.704m), de Wilde Frau (3.259m), de Blümlisalphorn (3.664m) en de Büttlassen (3.192m). Het is eerst een klein stukje in noordoostelijke

Berghaus Griesalp

richting dalen om over de Gamchibach te geraken en vervolgens weer steil te klimmen tot we op het plateau van Steinenberg zijn. De weg die we nu in zuidelijke richting volgen is breed en stijgt langzaam.

Terugblikkend naar de  Bürgli-hoeve

We passeren Bürgli waar een splitsing is om via de Sefinenfurke, een pas op 2.612m hoogte, naar het Lauterbrunnental te gaan. We nemen evenwel de weg rechtdoor en even later bereiken we Gamchi, een open vlakte op onze route.

Een schapenboerderij aan de Gamchi.

Nu begint het echte klimwerk. We volgen een pad dat is uitgehouwen in de rotsen. De wolken hangen laag en het duurt niet lang meer of we zien geen tien meter ver.  Kort na de middag houden we halt om onze picknick te verorberen, maar we worden verdreven door een kudde agressieve schapen die het op onze boterhammen, zelfs onze rugzak en de nestels van onze schoenen gemunt hadden. Uiteindelijk breken we door de wolken en krijgen we zicht op de Gamchigletscher en de Gamchilücke.

De Gspaltenhornhütte naast de Gamchigletscher

Na ongeveer 3'40 uur  bereiken we de Gspaltenhornhütte. Eén van de meest primitieve hutten die ik in Zwitserland ooit heb bezocht. In de ochtend staat iedereen netjes op een rij buiten aan het wasbekken de tanden te poetsen, en de toiletten hangen over een ijzingwekkende afgrond waardoor je bij elk bezoek verwacht dat ze door jouw gewicht de dieperik instorten. Absurd, maar je haalt je wat in je hoofd als je de diepte in het gat onder je kont ziet.

Niet dat dit gebrek aan comfort afbreuk doet aan het goede gevoel dat je hebt om hier  te zijn. De hut straalt een zekere charme van de jaren vijftig uit en als je deze sfeer wenst op te snuiven, nog wilt weten hoe bergbeklimmen er in die jaren aan toe ging, dan is dit de "place to be". De bruinverkleurde zwart-wit foto's aan de muur van het gastenlokaal geven je bovendien de indruk in een museum te zijn.

De toiletten hangen over een afgrond.

De Gamchigletscher

Voor het uitzicht hoef je het niet te doen. De Gamchigletscher ligt vol steengruis en de hut zelf ligt in een door hoge bergwanden omringde kom zodat je, waar je ook kijkt, bijna telkens een rotswand voor je neus hebt. Geen mooie panorama's dus, maar wel indrukwekkend.

Links de steile oostwand van de Morgenhorn, rechts de Wilde Frau.
   Naar de eerste pagina...